Zijn/ worden spelers/ speelsters en teams beter van de Nevobo plannen?

vrijdag, 16 oktober 2026 (10:59) - Vizier op volleybal

In dit artikel:

Een analyse van Vizier op Volleybal vergelijkt het nieuwe EVV-plan van de Nevobo voor 2026 met het ambitieuze Eredivisieplan 2021+. Dat eerdere plan moest het Nederlandse topvolleybal sportief, financieel, organisatorisch en maatschappelijk versterken. Hoewel de licentie-eisen sindsdien stapsgewijs zijn aangescherpt, is volgens de auteurs niet overtuigend aangetoond dat het sportieve niveau daadwerkelijk is gestegen.

Clubs moeten inmiddels aan strengere financiële, organisatorische en sportieve voorwaarden voldoen. Sommige verenigingen verlieten daardoor de Eredivisie, wat de Nevobo zag als een onvermijdelijk onderdeel van professionalisering. Tegelijkertijd kunnen strengere eisen vooral leiden tot hogere kosten, zonder dat dit automatisch betere prestaties oplevert. Bij de mannen kwam bovendien de Coöperatie Eredivisie Volleybal Nederland (CEVN) tot stand en werd de BeNe Conference ingevoerd, met de bedoeling spelers meer wedstrijden op niveau te bieden.

De commerciële ambities uit 2021+, zoals een gezamenlijk bureau voor marketing, sponsoring, mediarechten, livestreams en evenementen, zijn echter nog niet volledig gerealiseerd. In januari 2026 kondigden de Nevobo en de CEVN wel aan de competities meer als een reeks evenementen te willen presenteren, met een betere uitstraling, zichtbaarheid en beleving. Ook moeten clubs investeren in kwalitatief betere wedstrijdbeelden, onder meer voor wedstrijden waarbij de NOS betrokken is.

Opvallend is dat de minimale sluitende begroting voor het seizoen 2026-2027 juist is verlaagd naar 100.000 euro voor mannenclubs en 75.000 euro voor vrouwenclubs. Dat wijst erop dat de bond rekening moet houden met de beperkte financiële draagkracht van de verenigingen. Werkelijke begrotingscijfers van alle clubs zijn niet beschikbaar.

Sinds 2021-2022 bestaat bovendien geen reguliere promotie en degradatie meer. Clubs kunnen niet langer uitsluitend op basis van hun eindklassering degraderen; uitstroom gebeurt bijvoorbeeld bij het niet behalen van de licentie-eisen of wanneer een club zelf stopt. Nieuwe clubs kunnen horizontaal instromen. Die aanpak geeft verenigingen meer tijd om een stabiele organisatie en een goed sportief programma op te bouwen, maar garandeert geen hogere wedstrijdkwaliteit en vermindert de sportieve gevolgen van een laatste plaats.

De analyse concludeert dat het beleid vooral organisatorische veranderingen en strengere voorwaarden heeft opgeleverd. Of het EVV-plan 2026 ook leidt tot aantoonbare verbetering van spelers, teams en het internationale niveau, blijft vooralsnog onbewezen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Wilfred Genee baalt van zichzelf In de Wandelgangen: 'Ik heb het belangrijkste nieuws niet gemeld!'